Posts tonen met het label awbz. Alle posts tonen
Posts tonen met het label awbz. Alle posts tonen

zaterdag 11 januari 2014

Wordt innovatie het woord van 2014?

Innovatie, innovatie en innovatie dat is de mantra in het sociale domein. Het behoeft geen uitleg dat er veel moet veranderen op het gebied van welzijn, dat er met minder geld meer moet worden gedaan in de zorg en dat woningcorporaties de tering naar de nering moeten zetten. De oplossing voor dit alles is innovatie, maar dat begint wel een erg breed containerbegrip te worden, waar op veel manieren uitleg aan gegeven kan worden.
Het doen van een uitvinding waarbij iets heel nieuws ontstaat zoals ooit het wiel, de gloeilamp of het internet is een vorm van innovatie. Het combineren van bestaande dingen tot iets nieuws, bijvoorbeeld het integreren van een telefoon en een camera is een andere vorm. Wat ook kan is om iets bestaands te verbeteren, bijvoorbeeld een computer die sneller is of meer geheugen heeft. Weer een andere manier van innovatie kan zijn om bij een bestaand product andere toepassingen te zoeken, bijvoorbeeld een keukentrapje dat ook als kruk kan worden gebruikt. Innoveren kan voorts door voor een bestaand product andere doelgroepen te vinden (een scootmobiel voor parkeerwachters) of door een productieproces te verbeteren, waardoor het product wel hetzelfde blijft, maar de kosten lager worden. Ongetwijfeld kan deze lijst worden uitgebreid.

Wanneer twee mensen een gesprek voeren over innovatie of wanneer de directie zegt dat er meer geïnnoveerd moet worden, is het van belang te weten welke vorm men dan voor ogen heeft. Als je in huis iets moet zoeken, helpt het als je weet in welke kamer je moet kijken. De uiteenlopende vormen van innovatie komen vaak op verschillende manieren tot stand en er zijn andere randvoorwaarden en expertises voor vereist. Even bij elkaar zitten en iets nieuws bedenken is vaak niet de manier waarop de meest geniale vondsten worden gedaan. Er is een goede voorbereiding nodig en er zijn op meerdere terreinen acties nodig om innovatie te faciliteren. Inspirerend om in 2014 mee aan de slag te gaan!

zaterdag 31 augustus 2013

Het verschil tussen Microsoft en de zorgsector?

Deze week werd bekend dat Steve Ballmer voortijdig vertrekt als topman van Microsoft. Hoewel de man een indrukwekkende staat van dienst heeft, is hij niet de geschikte persoon om het bedrijf te leiden in de fase waarin het nu zit. Microsoft verliest veel marktaandeel aan onder meer Google. Het bedrijf heeft het zwaar en de omstandigheden zijn drastisch gewijzigd ten opzichte van hoe het was in het afgelopen decennium.
Dat de topman van zo’n groot concern een stapje opzij doet is niet vreemd. In het bedrijfsleven gebeurt het vaak dat het leiderschap wordt aangepast aan de situatie waarin het bedrijf zich bevindt. Zo werd Jan Timmer aangesteld om bij Philips de Operatie Centurion uit te voeren en werd Ad Scheepbouwer binnengehaald om KPN uit het slop te halen. Zij beiden werden op hun beurt weer vervangen zodra andere leiderschapscompetenties dan de hunne meer gewenst waren.
Hoe gaat dit in de zorgsector? Decennialang heeft de sector (enkele incidenten daargelaten) zich in een tamelijk rustig vaarwater bevonden. Er moest op de winkel gepast worden. Een groot deel van de huidige leidinggevenden floreerde onder die omstandigheden. Zij waren boven komen drijven omdat zij in die situatie de besten waren. Inmiddels verkeert de sector echter in een zeer turbulente tijd. Door de decentralisaties (inclusief scheiding wonen/zorg) en de daarmee gepaard gaande bezuinigingen moet het roer radicaal om. Creativiteit en ondernemerschap zijn vereist, maar ook veel gevoel voor bedrijfsvoering, aangezien er scherp aan de wind gevaren moet gaan worden.
Bij welke zorginstelling worden deze competenties nu op volle kracht in stelling gebracht? Er zijn er een paar waar ik het zie gebeuren. Echter, bij veel instellingen leiden nieuwe omstandigheden niet tot nieuw leiderschap. Wat je dan ziet gebeuren is eigenlijk dat er niets gebeurt. Afwachtend en defensief gedrag. Klagen over procedures en focussen op wat allemaal niet kan in plaats van wat wel kan. Een beetje zoals een konijn dat verstijfd van angst in de koplampen kijkt en weldra zal worden overreden.
Het is een observatie en wat mij betreft voelt het wat ongemakkelijk. Toch denk ik dat elke zorginstelling zich juist nu moet afvragen of er een verschil is tussen Microsoft en de zorgsector.


zaterdag 29 december 2012

Er valt het nodige te besparen in de zorg, ik heb het zelf gezien

Vier weken geleden ben ik voor de tweede keer vader geworden. Een onvergetelijk moment! Gedurende de afgelopen periode hebben wij op diverse manieren te maken gehad met vormen van zorg: thuiszorg, kraamzorg, ziekenhuis, verloskundigen, apotheek, etc. Onze algemene indruk is dat wij voortreffelijk zijn geholpen en dat de kwaliteit van de geleverde zorg bijzonder hoog was. Wij zijn zeer tevreden. Tegelijkertijd is me opgevallen, dat er weinig kostenbewustzijn was bij de zorgverleners.
Enkele weken voor de bevalling moest ik “bedsteunen” ophalen bij de thuiszorgwinkel. Deze steunen kosten een paar euro per week. De vriendelijke mevrouw die mij hielp, raadde mij aan om meteen ook een bedsteun en een badplank mee te nemen. “Het is gratis, want de verzekering betaalt.” en zo ging ik met een pakket ter waarde van 12,65 Euro per week de deur uit. Wanneer ik het terug moest brengen? “Ziet u maar wat u uitkomt meneer, tot ziens.”.  Stel dat iedere kraamverzorgster haar eigen setje bedsteunen meeneemt naar haar klanten en dat voor aanvullende producten een eigen bijdrage geldt, die verhoogt wordt als de producten langer dan een bepaalde periode worden afgenomen. Dan valt er het nodige te besparen!
Omdat mijn vrouw enkele dagen na de uitgerekende datum nog niet was bevallen, kregen wij het aanbod van het ziekenhuis dat zij ingeleid zou worden om zo de bevalling op gang te brengen. Medisch was er geen noodzaak toe. Na het nog een aantal dagen aan te hebben gezien, zijn wij op het aanbod ingegaan. Als een dergelijk aanbod niet zou worden gedaan en er pas wordt ingeleid zodra er een medische noodzaak is, zal dat kosten uitsparen, omdat een aantal bevallingen alsnog spontaan zal gebeuren. Het is erg comfortabel dat het zo kan, maar als er een eigen bijdrage gevraagd zou worden bij het voortijdig inleiden zonder medische noodzaak, dan valt er het nodige te besparen!
Terwijl wij er waren, vond er in het ziekenhuis een verbouwing plaats op de kraamafdeling. Er komt voor elke moeder een aparte kamer, zodat ze niet meer met vier op één zaal hoeven te liggen. De reden is, dat er kraamhotels zijn waar dat al zo is. Het ziekenhuis moet daarin mee om de concurrentie aan te kunnen, zo werd mij verteld. Mooi deze kwaliteitsverbetering. Als er echter vanuit zou worden gegaan dat de standaard een vier-persoonszaal is, en dat luxere varianten daarop mogelijk zijn, mits de meerkosten door de patiënt worden vergoed, dan valt er het nodige te besparen!
 Na de bevalling kregen we kraamzorg. Omdat mijn vrouw een buitenlandse nationaliteit heeft, raadde het kraamzorgbureau ons aan om aan te geven dat ze de Nederlandse taal niet goed spreekt. Vrouwen die niet goed Nederlands kunnen, hebben recht op vijf uur extra kraamzorg. Wij hebben hier geen gebruik van gemaakt, want mijn vrouw is ingeburgerd en spreekt prima Nederlands. Toch vind ik het een erg rare regeling. Waarom moeten mensen die wel de moeite hebben genomen om de taal goed te leren, extra premie betalen om extra zorg te bekostigen voor mensen die niet de moeite hebben genomen om de taal goed te leren? Bizar! Aanvullende zorg voor mensen die de taal niet goed spreken, moet door die mensen zelf betaald worden, dan valt er het nodige te besparen!
Er valt het nodige te besparen in de zorg. Uiteraard is mijn ervaring mogelijk niet representatief voor de hele zorg. Bovendien wil ik nogmaals benadrukken dat wij erg blij zijn met wat ons is geboden. Tegelijkertijd, kan ik mij echt niet aan de indruk onttrekken, dat het een stuk goedkoper kan, zonder dat dat meteen tot onmenselijke taferelen hoeft te leiden. Wat meer kostenbewustzijn bij de zorgverleners, zou al een hele stap kunnen betekenen!

dinsdag 20 maart 2012

Drie decentralisaties, wie let op de besparing?

Begeleiding van de AWBZ naar de WMO, Jeugdzorg naar de gemeente en de Wet Werken Naar Vermogen, de gemeenten hebben het er maar druk mee! De aandacht richt zich vooral op de inhoud van de zorg en de dienstverlening. Als echter de besparingen niet worden gehaald heeft de wethouder financiën een probleem. Naast de inhoud, is de decentralisatie vooral een bedrijfsvoeringsvraagstuk. Wie dat nu niet onderkent, betaalt straks de rekening.

Door de decentralisaties wordt het gemeentefonds verhoogd van ruim 16 miljard naar dik 24 miljard. De uitkering wordt voor elke gemeente gemiddeld met de helft verhoogd en dat betekent dat er op de totale begroting van een gemeente (waarvan het gemeentefonds een deel is) zo’n 17% bij komt. Het gaat om enorme bedragen. Daaraan gekoppeld zijn forse besparingen. De nieuwe werkwijzen moeten 5 tot 10% goedkoper zijn dan voorheen. Door de omvang van deze aardverschuiving is een procentje meer of minder het verschil tussen een zwembad openen of een zwembad sluiten.

De decentralisaties moeten tot lagere kosten leiden door efficiency, ontschotting en nieuwe samenwerkingsvormen. De praktijk is echter grillig. Vanuit het Rijk en de VNG zijn er transitiebureaus, voorbereidingscommissies en pilots, die hun eigen transitiekoker veelal niet overstijgen. Binnen de gemeente zijn het vaak meerdere portefeuillehouders en meerdere afdelingen, waardoor afstemming lastig is. Wie de sociale media volgt ziet daar dat er veel discussie is, maar vooral binnen de eigen kolom. De discussies en initiatieven vinden met name vanuit de inhoud plaats. Wat betekent het voor het gezin? Hoe zit het met zelfregie voor cliënten? Wat wordt de rol van het CJG? Op zich allemaal goed en nodig, maar van een zoektocht naar bedrijfseconomische voordelen door de beleidsvelden heen, is weinig te merken.

Vanwege de grootte van de bedragen en de risico’s die ermee samenhangen, zou het logisch zijn dat binnen elke gemeente de wethouder financiën en de afdeling middelen nu als een bok op de haverkist zouden zitten. Zij moeten ervoor zorgen dat de transities integraal gebeuren en zij moeten erop sturen dat zo de besparingen kunnen worden gerealiseerd. Waarom gebeurt dat dan onvoldoende? Eigenlijk zijn er twee redenen. Ten eerste zijn de decentralisaties elk voor zich technisch complex. Veel beleidsmedewerkers kunnen één kolom overzien, maar weinigen het hele gebouw. Voor de “fineuten” geldt dit evenzo. Ten tweede is de urgentie nog niet voelbaar. Als de besparingen niet worden gerealiseerd omdat er nu geen goed integraal fundament wordt neergelegd, dan ontstaat de pijn pas over een jaar of twee. Moet het zover dan maar komen? Beter van niet. De wethouder financiën is nu aan zet!

Voor meer info zie www.lokaal-actief.nl

maandag 12 maart 2012

www.lokaal-actief.nl voor decentralisaties

Vandaag is de website www.lokaal-actief.nl life gegaan. Lokaal Actief is een samenwerkingsverband dat ik heb opgericht samen met Gert van den Burg. Het doel van Lokaal Actief is dat partners, zoals gemeenten en instellingen in zorg en welzijn, elkaar op inhoud weten te vinden en bedrijfsmatig verantwoord samenwerken.

In het bijzonder richten wij ons hiermee op de drie decentralisaties:
- Jeugdzorg van provincie naar gemeente;
- dagbesteding van de AWBZ naar de Wmo;
- Wet Werken Naar Vermogen.

Deze drie decentralisaties zullen het sociaal domein op lokaal niveau de komende jaren grondig doen veranderen. Gert en ik hebben beiden een achtergrond als bedrijfseconoom, met een uitgebreide ervaring binnen de lokale overheid. Een goed moment om nu de handen in een te slaan en onze ervaring en expertise op dit gebied te bundelen.

Op www.lokaal-actief.nl staat te lezen wat wij voor gemeenten en instellingen op het gebied van werk & inkomen, zorg en welzijn kunnen betekenen. Daarnaast staat er meer informatie over het event over Decentralisatiesynergie dat wij op 11 april in Rotterdam organiseren.

woensdag 23 november 2011

Waar zitten de “winstpakkers” bij de decentralisaties?

De Rijksoverheid en de provincies gaan taken overdragen aan de gemeenten. De gemeenten staan aan de vooravond van drie grote decentralisaties:

- Begeleiding gaat van de AWBZ naar de WMO;

- Jeugdzorg gaat van de provincie naar de gemeente;

- Er komt een nieuwe Wet Werken Naar Vermogen.

De gedachte achter deze decentralisaties is, dat gemeenten de uitvoering beter zouden kunnen doen dan het nu gebeurt, waardoor het effectiever en efficiënter kan. In totaal zou het zo’n 5% goedkoper moeten kunnen. Een belangrijke winst zou te halen moeten zijn door het beleid voor deze drie terreinen op elkaar af te stemmen.

Wat ik mij nu afvraag is waar dat voordeel vandaan moet komen en waar de synergie zit? Organisatorisch gezien zal het niet meevallen. Binnen een gemeente vallen de drie beleidsterreinen vrijwel altijd onder twee en soms zelfs drie directies/afdelingen. Het zijn vrijwel altijd verschillende ambtenaren (en wethouders) die zich ermee bezig houden. Elk van de afdelingen of ambtelijke teams heeft zijn handen meer dan vol aan het voorbereiden van zijn eigen decentralisatie. Op zich is dat al knap ingewikkeld, er zijn veel onzekerheden, een krap tijdspad en het gewone werk moet ook gedaan worden. Het over de muur van het eigen beleidsterrein heen kijken valt dan niet mee. Met andere woorden: iedereen heeft zijn handen vol aan zijn eigen transitie, maar wie zorgt nu voor de integrale transformatie?

Inhoudelijk gezien vind ik het ook nog niet zo eenvoudig om de “winstpakkers” aan te wijzen. Uitkeringen worden straks verstrekt op gezinsniveau, in plaats van op individueel niveau. Hier is misschien vanuit de andere beleidsterreinen op aan te haken, zodat er minder lijntjes naar één gezin lopen en de problematiek integraler aangepakt kan worden. Verder zit er vast wat overlap tussen activering van een werkloze, activiteiten voor lichtgehandicapten of begeleiding van jongeren en soms betreft het één en dezelfde persoon. Als je dat soort zaken goed weet te combineren valt er hier en daar misschien wat winst uit te filteren. Toch heb ik de grote klappers nog niet ontdekt. Wie ziet ze wel? Ben benieuwd naar ideeën en goede voorbeelden!

vrijdag 16 september 2011

Geslaagde expertmeeting Awbz-Wmo




Afgelopen maandag organiseerde ik in Rotterdam een expertmeeting met vertegenwoordigers van gemeenten en zorginstellingen over de transitie van het onderdeel begeleiding van de Awbz naar de Wmo. Wat betekent dit voor de gemeenten? Hebben zij wel genoeg kennis en hoe gaan ze het organiseren? Maar evenzeer zijn er veel vragen voor de zorginstellingen. Hoe kunnen zij innovatiever en ondernemender worden? Kunnen zij samenwerken met welzijn? Hoe krijgen zij hun kennis gedeeld met de gemeenten?

Veel vragen die aan bod kwamen. Het was interessant en zinvol om zo eens met de benen op tafel te praten met mensen uit beide sectoren. We hebben kansen en bedreigingen geïnventariseerd en nagedacht over het tijdspad.

Later in het najaar komt er een vervolgbijeenkomst en we hebben een Linkedin discussiegroep opgestart: http://linkd.in/raEbWx


vrijdag 15 juli 2011

Nu koffietijd voor gemeenten en zorg


Hoewel het komkommertijd is, vind ik dat het nu vooral koffietijd is voor beleidsmedewerkers van gemeenten en zorginstellingen. Koffietijd, om bij elkaar te gaan zitten en met de benen op tafel te bespreken wat de veranderingen zijn die eraan staan te komen. Ofschoon het misschien nog niet 100% in kannen en kruiken is, wordt straks een deel van de AWBZ overgeheveld naar de WMO. Dagbesteding, waar zorginstellingen nu een rekening voor kunnen indienen bij de volksverzekering, zal straks via gemeenten worden ingekocht.
Zoals het er naar uit ziet, zal dit net als de huishoudelijke hulp door de gemeenten worden aanbesteed. De vraag is nu natuurlijk hoe dat straks allemaal handen en voeten gaat krijgen. Om de verandering goed vorm te geven, lijkt het mij van groot belang dat gemeenten en zorginstellingen zich nu (deze zomer) verdiepen in elkaars achtergrond. Om een goed bestek en een goede selectie te kunnen maken is het van belang om het proces van de zorgverleners goed te snappen. Om een kansrijke propositie te kunnen doen helpt het als er inzicht is in de werkwijze van een gemeente. Het is van belang om elkaars taal te spreken. Hoe eenvoudig dat misschien lijkt, vanzelfsprekend is het niet.
Vanaf het moment dat duidelijk is hoe alles gaat worden zal weldra formeel gestart moeten worden met alle voorbereidingen. Zodra een aanbestedingstraject gaat lopen, komen gemeente en zorginstelling in andere een verhouding ten opzichte van elkaar. Het wordt dan lastiger om zo maar van alles uit te wisselen (een gemeente mag geen van de potentiële aanbieders bevoordelen). Het gedrag wordt dan strategischer en minder open.
Volgens mij moet de komkommertijd dus benut worden om informeel eens bij elkaar te gaan buurten. Het is nu koffietijd!