zaterdag 11 januari 2014
Wordt innovatie het woord van 2014?
zaterdag 31 augustus 2013
Het verschil tussen Microsoft en de zorgsector?
zaterdag 29 december 2012
Er valt het nodige te besparen in de zorg, ik heb het zelf gezien
dinsdag 20 maart 2012
Drie decentralisaties, wie let op de besparing?
Begeleiding van de AWBZ naar de WMO, Jeugdzorg naar de gemeente en de Wet Werken Naar Vermogen, de gemeenten hebben het er maar druk mee! De aandacht richt zich vooral op de inhoud van de zorg en de dienstverlening. Als echter de besparingen niet worden gehaald heeft de wethouder financiën een probleem. Naast de inhoud, is de decentralisatie vooral een bedrijfsvoeringsvraagstuk. Wie dat nu niet onderkent, betaalt straks de rekening.
Door de decentralisaties wordt het gemeentefonds verhoogd van ruim 16 miljard naar dik 24 miljard. De uitkering wordt voor elke gemeente gemiddeld met de helft verhoogd en dat betekent dat er op de totale begroting van een gemeente (waarvan het gemeentefonds een deel is) zo’n 17% bij komt. Het gaat om enorme bedragen. Daaraan gekoppeld zijn forse besparingen. De nieuwe werkwijzen moeten 5 tot 10% goedkoper zijn dan voorheen. Door de omvang van deze aardverschuiving is een procentje meer of minder het verschil tussen een zwembad openen of een zwembad sluiten.
De decentralisaties moeten tot lagere kosten leiden door efficiency, ontschotting en nieuwe samenwerkingsvormen. De praktijk is echter grillig. Vanuit het Rijk en de VNG zijn er transitiebureaus, voorbereidingscommissies en pilots, die hun eigen transitiekoker veelal niet overstijgen. Binnen de gemeente zijn het vaak meerdere portefeuillehouders en meerdere afdelingen, waardoor afstemming lastig is. Wie de sociale media volgt ziet daar dat er veel discussie is, maar vooral binnen de eigen kolom. De discussies en initiatieven vinden met name vanuit de inhoud plaats. Wat betekent het voor het gezin? Hoe zit het met zelfregie voor cliënten? Wat wordt de rol van het CJG? Op zich allemaal goed en nodig, maar van een zoektocht naar bedrijfseconomische voordelen door de beleidsvelden heen, is weinig te merken.
Vanwege de grootte van de bedragen en de risico’s die ermee samenhangen, zou het logisch zijn dat binnen elke gemeente de wethouder financiën en de afdeling middelen nu als een bok op de haverkist zouden zitten. Zij moeten ervoor zorgen dat de transities integraal gebeuren en zij moeten erop sturen dat zo de besparingen kunnen worden gerealiseerd. Waarom gebeurt dat dan onvoldoende? Eigenlijk zijn er twee redenen. Ten eerste zijn de decentralisaties elk voor zich technisch complex. Veel beleidsmedewerkers kunnen één kolom overzien, maar weinigen het hele gebouw. Voor de “fineuten” geldt dit evenzo. Ten tweede is de urgentie nog niet voelbaar. Als de besparingen niet worden gerealiseerd omdat er nu geen goed integraal fundament wordt neergelegd, dan ontstaat de pijn pas over een jaar of twee. Moet het zover dan maar komen? Beter van niet. De wethouder financiën is nu aan zet!
Voor meer info zie www.lokaal-actief.nl
maandag 12 maart 2012
www.lokaal-actief.nl voor decentralisaties
In het bijzonder richten wij ons hiermee op de drie decentralisaties:
- Jeugdzorg van provincie naar gemeente;
- dagbesteding van de AWBZ naar de Wmo;
- Wet Werken Naar Vermogen.
Deze drie decentralisaties zullen het sociaal domein op lokaal niveau de komende jaren grondig doen veranderen. Gert en ik hebben beiden een achtergrond als bedrijfseconoom, met een uitgebreide ervaring binnen de lokale overheid. Een goed moment om nu de handen in een te slaan en onze ervaring en expertise op dit gebied te bundelen.
Op www.lokaal-actief.nl staat te lezen wat wij voor gemeenten en instellingen op het gebied van werk & inkomen, zorg en welzijn kunnen betekenen. Daarnaast staat er meer informatie over het event over Decentralisatiesynergie dat wij op 11 april in Rotterdam organiseren.
woensdag 23 november 2011
Waar zitten de “winstpakkers” bij de decentralisaties?
De Rijksoverheid en de provincies gaan taken overdragen aan de gemeenten. De gemeenten staan aan de vooravond van drie grote decentralisaties:
- Begeleiding gaat van de AWBZ naar de WMO;
- Jeugdzorg gaat van de provincie naar de gemeente;
- Er komt een nieuwe Wet Werken Naar Vermogen.
De gedachte achter deze decentralisaties is, dat gemeenten de uitvoering beter zouden kunnen doen dan het nu gebeurt, waardoor het effectiever en efficiënter kan. In totaal zou het zo’n 5% goedkoper moeten kunnen. Een belangrijke winst zou te halen moeten zijn door het beleid voor deze drie terreinen op elkaar af te stemmen.
Wat ik mij nu afvraag is waar dat voordeel vandaan moet komen en waar de synergie zit? Organisatorisch gezien zal het niet meevallen. Binnen een gemeente vallen de drie beleidsterreinen vrijwel altijd onder twee en soms zelfs drie directies/afdelingen. Het zijn vrijwel altijd verschillende ambtenaren (en wethouders) die zich ermee bezig houden. Elk van de afdelingen of ambtelijke teams heeft zijn handen meer dan vol aan het voorbereiden van zijn eigen decentralisatie. Op zich is dat al knap ingewikkeld, er zijn veel onzekerheden, een krap tijdspad en het gewone werk moet ook gedaan worden. Het over de muur van het eigen beleidsterrein heen kijken valt dan niet mee. Met andere woorden: iedereen heeft zijn handen vol aan zijn eigen transitie, maar wie zorgt nu voor de integrale transformatie?
Inhoudelijk gezien vind ik het ook nog niet zo eenvoudig om de “winstpakkers” aan te wijzen. Uitkeringen worden straks verstrekt op gezinsniveau, in plaats van op individueel niveau. Hier is misschien vanuit de andere beleidsterreinen op aan te haken, zodat er minder lijntjes naar één gezin lopen en de problematiek integraler aangepakt kan worden. Verder zit er vast wat overlap tussen activering van een werkloze, activiteiten voor lichtgehandicapten of begeleiding van jongeren en soms betreft het één en dezelfde persoon. Als je dat soort zaken goed weet te combineren valt er hier en daar misschien wat winst uit te filteren. Toch heb ik de grote klappers nog niet ontdekt. Wie ziet ze wel? Ben benieuwd naar ideeën en goede voorbeelden!
vrijdag 16 september 2011
Geslaagde expertmeeting Awbz-Wmo

Afgelopen maandag organiseerde ik in Rotterdam een expertmeeting met vertegenwoordigers van gemeenten en zorginstellingen over de transitie van het onderdeel begeleiding van de Awbz naar de Wmo. Wat betekent dit voor de gemeenten? Hebben zij wel genoeg kennis en hoe gaan ze het organiseren? Maar evenzeer zijn er veel vragen voor de zorginstellingen. Hoe kunnen zij innovatiever en ondernemender worden? Kunnen zij samenwerken met welzijn? Hoe krijgen zij hun kennis gedeeld met de gemeenten?
Veel vragen die aan bod kwamen. Het was interessant en zinvol om zo eens met de benen op tafel te praten met mensen uit beide sectoren. We hebben kansen en bedreigingen geïnventariseerd en nagedacht over het tijdspad.
Later in het najaar komt er een vervolgbijeenkomst en we hebben een Linkedin discussiegroep opgestart: http://linkd.in/raEbWx
vrijdag 15 juli 2011
Nu koffietijd voor gemeenten en zorg

Hoewel het komkommertijd is, vind ik dat het nu vooral koffietijd is voor beleidsmedewerkers van gemeenten en zorginstellingen. Koffietijd, om bij elkaar te gaan zitten en met de benen op tafel te bespreken wat de veranderingen zijn die eraan staan te komen. Ofschoon het misschien nog niet 100% in kannen en kruiken is, wordt straks een deel van de AWBZ overgeheveld naar de WMO. Dagbesteding, waar zorginstellingen nu een rekening voor kunnen indienen bij de volksverzekering, zal straks via gemeenten worden ingekocht.
Zoals het er naar uit ziet, zal dit net als de huishoudelijke hulp door de gemeenten worden aanbesteed. De vraag is nu natuurlijk hoe dat straks allemaal handen en voeten gaat krijgen. Om de verandering goed vorm te geven, lijkt het mij van groot belang dat gemeenten en zorginstellingen zich nu (deze zomer) verdiepen in elkaars achtergrond. Om een goed bestek en een goede selectie te kunnen maken is het van belang om het proces van de zorgverleners goed te snappen. Om een kansrijke propositie te kunnen doen helpt het als er inzicht is in de werkwijze van een gemeente. Het is van belang om elkaars taal te spreken. Hoe eenvoudig dat misschien lijkt, vanzelfsprekend is het niet.
Vanaf het moment dat duidelijk is hoe alles gaat worden zal weldra formeel gestart moeten worden met alle voorbereidingen. Zodra een aanbestedingstraject gaat lopen, komen gemeente en zorginstelling in andere een verhouding ten opzichte van elkaar. Het wordt dan lastiger om zo maar van alles uit te wisselen (een gemeente mag geen van de potentiële aanbieders bevoordelen). Het gedrag wordt dan strategischer en minder open.
Volgens mij moet de komkommertijd dus benut worden om informeel eens bij elkaar te gaan buurten. Het is nu koffietijd!
